Scrupuleuze ergernissen

Een nare eigenschap van mij is dat ik me bij tijd en wijle vreselijk kan ergeren. Op zich is dat niet zo ramp ware het niet dat deze m.n non-verbale eigenschap met grote scheppen van mijn gezicht is af te lezen. Vroeger was het veel erger en ging dat veelal gepaard met een ongezonde dosis cynisme en sarcasme en dat wekte dan weer ergernis in mijn directe omgeving op, wat mijn eigen ergernis dan ook weer voedde. Je zou kunnen zeggen dat je wanneer je gaat ergeren jezelf in een vicieuze cirkel plaatst.

Maar nogmaals, de laatste jaren gaat het beslist beter (mijn vrouw noemt dat “minder slecht”). Soms heb je de gebeurtenissen die de ergernis opwekken niet geheel in de hand en het helpt beslist niet als je een aaneenschakeling van allerlei zaken in de week aan de hand hebt gehad , die het niet rechtvaardigt, doch op zijn minst als verzachtende omstandigheden aangemerkt kunnen worden. Ik zal de lezer het leeuwendeel besparen, maar feit is dat deze zaterdag het allemaal bij elkaar kwam.

Vandaag gingen we naar Culemborg, alwaar we tegen de trotse koploper van de Amersfoortse hoofdklasse, Vriendenschaar,  de krachten gingen meten. De heenweg beloofde weinig goeds; een grijze waas van heftige regenval begeleidde ons richting Culemborg. Achter me hoor ik de stem van Rik, na Nieuwegein te zijn gepasseerd : “ ik vind het hier afschuwelijk” . Een blik naar weerszijden van de snelweg leert me dat zoonlief wel heel mild is in zijn oordeel. Opengebroken wegen, bouwputten en troosteloze flats in de verte afgezet tegen het decor van de heftige regenval gaven de opmerking van Rik een groot gevoel voor understatement. Zwijgend en een toenemend gevoel van gedeprimeerdheid  reden we verder en namen we de afslag Culemborg die met gele bouwborden was aangegeven. Via map 24 van de www.gidsnl.nl wist ik precies welke afslag ik moest nemen. Heel handig ware het niet dat in Culemborg, daar waar ik bij Rijksstraatweg linksaf moest, geen enkele straataanduiding aanwezig was, zodat ik maar op mijn gevoel moest kiezen waar heen te gaan. Niemand op straat om de richting te vragen en met meer geluk dan wijsheid arriveer ik op het meer dan fraaie complex van Vriendenschaar.

 

Eenmaal uitgestapt in de stromende regen hoor ik weer achter me ;”wat een poepweer “. Het is duidelijk niet Rik zijn dag. Kort daarna komen Fred en Tom , vader van Twan aangereden.

“weet je dat Toni, de Spaanse broer van Montse ook komt?”vraag ik Tom. Tom kijkt me met een angstige blik, die ik niet kan plaatsen, aan. “je weet wel Toni, van Barcelona?”. Te laat realiseer ik me dat Tom vorig jaar niet met de E1 is mee geweest en verduidelijk ik één en ander, waarna er een enorme opluchting zich van Tom meester maakte, daar hij in de veronderstelling was dat er één of andere Don Corleone zich in het E1 gezelschap zou mengen, per slot van rekening is de omgeving van Culemborg een ideale plek om een lijk te laten verdwijnen.

Gelukkig was dit dus niet het geval en volgde er een hartelijk weerzien met Toni. Ik weet niet wat het is maar blijkbaar hebben de Spanjaarden het slechte weer aan hun kont hangen.

 

Enfin, de warming up kon zo langzamerhand beginnen en met een schuin oog keek ik naar de E wedstrijd, die vooraf onze wedstrijd gespeeld werd. Een beroemd collega trainer zegt het altijd; “het hangt allemaal af van détails”. Betreffende wedstrijd werd gespeeld met een te zachte en bal die een te hoog absorptie gehalte had mbt de H2o en die bij elk voetbalschoencontact een luide plof als geluid gaf en nauwelijks van de grond kwam; of ik het wil of niet, maar een licht tintelend gevoel van ergernis maakt zich van mij meester. Als je denkt “het zal toch niet dat deze bal ook onze wedstrijdbal  wordt” kan je er natuurlijk op wachten dat dit wel zo is en ja hoor, de bal wordt netjes overgedragen aan de prachtig gesoigneerde scheidsrechter, die ons gaat fluiten

De wedstrijd begint en het blijkt al snel dat we niet bij de les zijn. Vriendenschaar staat natuurlijk niet voor niets bovenaan en ontpopt zich als een technisch vaardig combinerend team, dat tevens  een flink portie duelkracht in zich herbergt. Altius heeft het duidelijk moeilijk, maar niettemin is de eerste echte kans voor Wouter die zijn schot via de paal weer het veld in zag gaan. Vriendenschaar gaat er lekker stevig aan en onder die druk maken we, voor zover toepasselijk, enkele “kinderlijke” fouten, waardoor de thuisploeg in een mum van tijd een 3-0 voorsprong krijgt. Altius herstelt zich wat en krijgt nog enkele dotten van kansen, die niet worden benut. Nadat een Vriendenschaarspeler de veel te zware bal voor de tweede keer heeft gekopt en groggy op de grond blijft liggen wordt mijn ergernis hier over mij te veel en zeg ik er wat van. Gelukkig wordt dit gevaarlijke projectiel ook verwisseld voor een normale bal.  De laatste kans vlak voor de rust gaat via de keeper naast en betekent dus een corner. De scheidsrechter fluit echter direct af voor de rust, waarop Rik tegen hem zegt dat het een corner is. Het antwoord is blijkbaar Rik niet naar de zin en beantwoordt met een hondsbrutale en diepgrievende tekst “ Ja, jeetje mina .“. De tot op het bot beledigde en gekwetste man rent naar Rik en sist hem toe dat als hij nog eenmaal zo brutaal is hij direct  van het veld gestuurd zou worden.

Daar sta je in de rust, 3-0 achter, het stort van de regen en je bent in Culemborg. Desondanks geloofde ik echt dat we het tij wel konden keren. Vriendenschaar is weliswaar een prima ploeg, maar niet één waar je van hoeft te verliezen, dus de mouwen opstropen en voetballen zoals we dat kunnen. De tweede helft was amper begonnen of Ruben wordt werkelijk ongenadig hard van achteren neergesabeld. Een droog fluitje  van de leidsman, daar waar je toch op zijn minst een kleine verbale correctie naar betreffende speler zou verwachten, zeker als je in aanmerking neemt dat een “Jeetje Mina” al meer dan voldoende reden is een speler uit het veld te sturen. Mijn ergernis hierover noopt mij tot het aangaan van een discussie  met de leidsman in de hoop, dat de onredelijkheid m.b.t. deze in mijn ogen heikele kwestie bij hem op zijn minst tot enige zelfreflectie zal leiden. Heel gek, maar deze actie nadert de grens van het zinloze heel dicht en ik had dat natuurlijk moeten weten. Hoe dan ook, Altius neemt het heft in handen en verkleint via Rik en Hugo de achterstand tot 3-2. De E1 wordt sterker en sterker en het wachten was op meerdere doelpunten, echter de schoten verdwenen net over of naast het doel en ook werd een bal nog van de doellijn gehaald en dan treedt de voetbalwet in werking dat de bal dan bij je zelf in het netje valt; 4-2. 1 Minuut voor tijd kregen we nog een vrije trap op een aantrekkelijke plek voor het doel. Joey met zijn gevreesde schot nam een aanloop. Echter twee spelers van Vriendenschaar liepen op de bal toe en kraakten het schot op een halve meter afstand; niets aan de hand, gewoon doorgaan was het besluit. Verbijsterd keek ik de scheidsrechter aan, die stoicijns terugkeek. Mijn blik ging vervolgens naar links naar de leiding van Vriendenschaar, die dit blijkbaar ook de normaalste zaak van de wereld vond. Als van zelf kwam er een “wat een…” uit mijn mond. Het begon met een l en eindigde met een l en het woord was niet lantaarnpaal.

 

Mijn schrijven wordt onderbroken door de binnenkomst van Ellen, die mij vraagt of ze het verslag mag lezen. Hoewel ze er vandaag niet bij was zie ik haar zo nu en dan instemmend knikken. Heerlijk toch als je zo’n vrouw hebt, die zich zo goed in een man kan verplaatsen. Ik moet zeggen dat we wat dat betreft echt een heel goed huwelijk hebben. Okay, je portemonnee met veel geld laten stelen in Barcelona, terwijl ze je uitdrukkelijk heeft gewaarschuwd niet te veel geld op zak te hebben, kost je weliswaar enkele maanden aan relatietherapie, maar over het algemeen begrijpt ze me heel goed.

 

Ellen staat op en ik kijk haar verwachtingsvol aan in de stellige overtuiging dat ik haar volledige deelneming mag ontvangen. “ En jij hebt het over zelfreflectie?”  begint ze weinig hoopvol en kijkt me spottend aan. “Eh ja, nou ja de scheidsrechter was..”  ik hou al weer op te praten, daar ik de doordringende blik die vrouwen nu eenmaal hebben als ze gelijk hebben, niet meer kan weerstaan. “Man, waar jij je al niet druk over kan maken!” en hoofdschuddend loopt ze weg, mij in een desolate en donkere wereld dat scrupulesland heet achterlatend.

Daar zit je dan als trainer met 20 jaar ervaring na een oefenwedstrijdje in Culemborg verloren te hebben, als spijtoptant en met pijn in het hoofd achter je laptop je zielig te voelen. Ik wil er echt niet aan dat vrouwen meestal gelijk hebben, maar ik ben bang dat ik er (ook) dit keer aan moet geloven.

Dus bij deze; ik zal me nooit meer ergeren en als ik het doe dan zal ik dat niet meer laten blijken. Ik laat het laatste weer aan Ellen lezen, waarop ze weer een duidelijk articulerend gesproken “Zelf-re-flec-tie”laat horen. Nu raak in verwarring. Bedoelt ze dit na mijn schuldbekentenis als compliment of wil ze hiermee zeggen dat dit voor mij een hachelijke, zo niet een onmogelijke opgave is. Hoe dan ook, ik doe maar net alsof ik haar begrijp en neem me voor haar nooit meer mijn verslag te laten lezen. De waarheid kan voor een trainer soms te hard zijn, echter de les is blijkbaar : hoeveel ervaring ook; als trainer ben je nooit uitgeleerd!

 

Met de eindconclusie dat over de gehele wedstrijd Vriendenschaar  verdiend heeft gewonnen beëindig ik, naar goed Middeleeuws monnikengebruik, de zelftuchtiging en voeg daar mijn welgemeend verontschuldigingen daar aan toe. Met de bekende oneliner besluit ik dan ook het verslag: gelukkig is er altijd een volgende wedstrijd!

Dit bericht werd geplaatst in verslagen. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s